Interview met Marijke de Vries over eenzaamheidsaanpak

donderdag, 21 mei 2015

Veronique Vaarten interviewt Marijke de Vries, programmamanager ‘eenzaamheidsaanpak’ Rotterdam. Mei 2015.
 

‘Wat ik van de gemiddelde Rotterdammer vraag is de bereidheid een kleine stap naar elkaar te zetten’

Eyeopener

Als programmamanager  ‘eenzaamheidsaanpak’  ben ik geschrokken van het grote aantal Rotterdammers dat zich eenzaam voelt. Bijna de helft van de Rotterdammers voelt zich eenzaam en ongeveer een kwart van de ouderen zegt niet over een netwerk te beschikken waar zij een beroep op kunnen doen. Eerlijk gezegd was ik tot nu toe ook een drukke vrouw met twee banen, een druk gezinsleven en niet al te veel aandacht voor iedereen om me heen. Ik heb het geluk gehad dat mijn  ouders tot nu toe een heel actief leven leidden en  meer voor anderen zorgden dan dat zij zorg nodig hadden. Ik realiseer me dat hun actieve manier van leven niet blijvend is en momenteel  zitten ze nu min of meer op een kantelpunt waarbij gaandeweg hun tempo van leven afneemt en hun wereldje kleiner wordt. Ik bereid me dan ook voor op een periode waarin ik er meer voor hen moet zijn en meer aandacht voor hen moet hebben.

Voorafgaand aan de periode van toenemende mantelzorg heb ik samen met mijn broer het thema 'levenseinde' aangekaart, een pijnlijk thema. Onze ouders reageerden eerst wat afhoudend maar daarna vonden ze wel dat wij gelijk hadden. Nu staan ze nog volledig zelfstandig in het leven en dat maakt het makkelijker om dit gesprek te voeren dan dat het einde al echt in zicht komt. We hebben een gezellige middag afgesproken waarin we als gezin bij elkaar kwamen. Toen het zover was bleken mijn ouders het gesprek heel goed voorbereid te hebben, ze hadden van alles opgezocht en uitgezocht en wisten wat ze wilden, niet alleen voor wat betreft de grote levensvragen maar ook allerlei kleine praktische zaken hebben we toen met elkaar kunnen regelen. Ik vind het heel fijn dat we dit nu zo met elkaar geregeld hebben.

 

Eigen woonomgeving

Mijn man en ik zijn onlangs van buiten de stad terug verhuisd naar Rotterdam en wonen nu in een appartementen-complex waar veel mensen van onze leeftijd wonen. Doordat ik programmamanager eenzaamheid geworden ben, ga ik nu bewuster sociale contacten in mijn woonomgeving aan dan ik voorheen deed. Deze woonomgeving  is op dit ogenblik voor ons een prettige woonomgeving. Wanneer wij en al onze buren ouder worden,  is dit ook een woonomgeving die wat van ons gaat vragen.

Nu ik terug ben in Rotterdam heb ik ook weer meer contact met mensen met wie ik 25 jaar geleden optrok en die hier nog steeds wonen. Eén daarvan is een oudere vriendin, een alleenstaande vrouw van boven de 80. Ik heb mezelf voorgenomen echt te investeren in het contact met haar. Nu ondernemen we samen gezellige dingen en neem ik haar af en toe op sleeptouw. In de toekomst wil ik er voor haar kunnen zijn als ze wat meer ondersteuning nodig heeft. Het programma is wat dat betreft voor mijzelf echt een eyeopener geweest.

 

Wake-up call, 16 mei 2015

De belangrijkste missie  van het actieprogramma ‘Voor Mekaar’ is aandacht te vragen voor de omvang van de eenzaamheid in de stad: één op de twee Rotterdammers voelt zich eenzaam. We hebben het dan dus echt niet alleen over wat zielige ouderen maar we hebben het over onze buren, onze collega’s, over heel veel mensen die je dagelijks tegenkomt. Met het stijgen van de leeftijd neemt het probleem wel toe.

Op 16 mei gaan we van start met met een verrassingsactie en aansluitend met een grote publiekscampagne. We mikken er op dat mensen met elkaar in gesprek gaan: 'Wist jij dat..... de gemeente Rotterdam koploper is als het gaat om eenzaamheid?'   Door het gesprek onder burgers op gang te brengen mikken we er  op dat meer mensen, net zoals ik zelf, zich er bewust van worden dat ze iets te betekenen hebben voor elkaar. Het gaat dan om te beginnen om onze omgangsvormen met elkaar: zeg elkaar gedag, maak een praatje, weet wie er bij je in de flat, je portiek of je straat woont. Dat zijn heel eenvoudige dingen die de straat al meteen veel minder onpersoonlijk maken en die helpen voorkomen dat mensen totaal verloren rondlopen.

 

Dag buurman, hoe gaat het met u?

Mag ik het voorbeeld noemen van een Somalische vrouw die in Rotterdam terecht kwam, niemand kende en zich daar niet bij heeft neergelegd.  Die vrouw zei: ‘Ik vraag gewoon  aan mijn buurman, dag buurman, hoe gaat het met u?’  Dan is het wel belangrijk dat die buurman daar op reageert zodat zij zich gehoord en gezien weet. Het geheim zit vaak in dat soort eerste contacten. Het was een tragisch verhaal waar zij praktisch mee omging en dat praktische spreekt mij bijzonder aan. Wat ik van haar geleerd heb is dat het zò eenvoudig kan zijn. Vandaag de dag, op mijn fietsje in de lift in de Maastunnel, maak ik altijd een praatje  met de anderen in de lift.  Practische kleine dingen dragen  bij aan de sociale cohesie in de stad.

Een ander mooi voorbeeld van die praktische aanpak is de werkwijze van Opzoomer Mee en de ontwikkeling naar de Lief en Leed straten. Het hoeft niet ingewikkeld te zijn maar als je de buurman niet meer ziet moet je je wel afvragen waar die gebleven is. Is hij ziek? En als hij ziek is, bel je dan aan om te zien of hij  wat nodig heeft. Zo’n gebaar betekent al zo veel en dat betekent niet dat je daarna twee keer per week langs moet gaan om zijn ziekteproces te begeleiden want dan wordt het  te groot en te ingewikkeld.

 

Eenzaamheid aanpakken kunnen we nooit alleen

Als overheid zijn we niet in staat om dat enorme probleem van die eenzaamheid aan te pakken, dat kunnen we nooit alleen., daar hebben we de Rotterdammers bij nodig. Wat ik van de gemiddelde Rotterdammer vraag is de bereidheid een kleine stap naar elkaar te zetten: ‘Goedemorgen, Hoe gaat het met je buurvrouw?’ of eenvoudige vormen van burenhulp en moeite doen om de mensen in je straat te kennen etc. Als het ingewikkelder wordt, dan moet de overheid er staan. Als die overheid er niet staat betekent dat een enorme belemmering voor de burger om naar elkaar om te zien. Als mensen ziek zijn, chronisch ziek zijn, te maken hebben met grote schulden, als er sprake is van drankmisbruik of ernstige GGZ-problematiek dan zijn professionals aan zet. Ik wil me er hard voor maken dat die er dan ook zijn.

 

Bouwen aan geoliede Wijknetwerken

Het programma wordt gebiedsgericht aangepakt. Het is belangrijk dat actieve wijkbewoners, die de dragers in een straat zijn, korte lijnen hebben naar welzijn en zorg. Als zij signaleren dat er iets mis is, dan moeten ze zo’n signaal snel door kunnen geven en dat moet ook opgepakt worden. Als het om ouderen gaat dan spelen de ouderen-maatschappelijk werkers in de wijkteams daar een belangrijke rol in. Het signaal moet opgepakt worden en, met in acht neming van alle privacy, moet degene die de melding heeft gedaan ook iets terughoren. In iedere buurt heb je van die ‘gouden krachten’, zij moeten kunnen melden, moeten leren welke signalen verontrustend zijn en hoe en bij wie ze terecht kunnen. Ze moeten ook iets terug horen op hun melding want anders hol je de bereidheid om te melden uit.

 

Aan die wijknetwerken moet het komende jaar flink getrokken worden

In een aantal aandachtswijken neemt de gemeente het voortouw tot het organiseren van wijknetwerkbijeenkomsten. Zorg- en welzijnsorganisaties zijn als vanzelfsprekend belangrijk maar ook religieuze partijen als kerken en moskeeën. Vaak zien we die over het hoofd terwijl juist zij veel aandacht voor hun achterban hebben. Als gemeente willen we graag alle 75+ jaarlijks een huisbezoek brengen. Er zijn kerkgemeenschappen die dit van oudsher al doen, dat zijn belangrijke partnes in de wijknetwerken. Ook zou ik graag met huisartsen samenwerken omdat zij heel belangrijke signaleerders zijn. Er ligt nog altijd een enorm taboe op eenzaamheid en plaatsvervangend lopen mensen dan wel met hun klachten naar hun huisarts. Die huisarts kan de medische kant oppakken maar het  welzijnswerk kan daar veel aan toevoegen.

 

We beginnen niet bij nul

Eenzaamheid komt natuurlijk niet uit de lucht vallen, dat is een probleem dat al jaren groeit maar nu door de crisis wel is vergerd.  Met de aanpak beginnen we ook  niet bij nul. Een aantal organisaties in Rotterdam zet zich al jaren actief in voor de aanpak van eenzaamheid. Het werk van de Rotterdamse Coalitie Erbij, het onderzoek van Anja Machielse en de inzet van Opzoomer Mee waren voor mij echte cadeautjes die klaar lagen bij de start.

Waar ik op in wil zetten is die wake-up call aan bewoners: zie naar elkaar om, zeg elkaar gedag en steek eens spontaan een hand uit. Voor die speciale categorie  bewoners die oren en ogen van hun buurt zijn,  wil ik een directe toegang tot het wijknetwerk. Zij moeten hun signalen kwijt kunnen en er van op aan kunnen dat daar iets mee gebeurt. Daarom investeren we stevig in de wijknetwerken.

 

Wat is je uiteindelijke ambitie?

Het streven is om het sociaal isolement onder ouderen in totaal 5 procent terug te dringen. Tevreden ben ik nog niet wanneer minder mensen zich eenzaam voelen maar teveden ben ik pas wanneer meer mensen een netwerk om zich heen hebben of weer ergens bij gaan horen.  Het ontbreken van een netwerk maakt mensen erg kwetsbaar en die kwetsbaarheid wil ik terugdringen. Voor de zwaarste categorie geïsoleerden zal het bouwen aan een netwerk niet altijd haalbaar zijn. Voor hen is het belangrijk dat er een lijntje bestaat met professionals uit zorg of welzijn. Wel zou ik buurtbewoners een rol willen geven, zij zien vaak als eerste dat iemand achteruit gaat en kunnen dan aan de bel trekken. Professionals en buurtbewoners kunnen elkaar hierin versterken.

Het gemeentelijk actieprogramma ‘Voor Mekaar’ is te vinden op de website van de gemeente

http://www.rotterdam.nl/Clusters/Maatschappelijke%20ontwikkeling/Document%202014/Actieprogramma%20eenzaamheid%20Voor%20mekaar.pdf

Delen

meer artikelen

Project Startbaan helpt Rotterdamse jongeren weer op weg Project Startbaan Jong 010 Overschie juni FEEST: Opening PrachtHuis Jongeren in Huis van de Wijk leren al doende de taal Hoe krijg je meer Powerrrr in Tussendijken? Financiële ondersteuning opent bijzondere deuren Welzijnswerk is geven en ook ontvangen Liefde uitdragen voor je kind hoe doe je dat? Hoe Rosario zijn leven verlicht Het is een rare tijd Radar TV - uitzendingen We kunnen heel veel samen oplossen Dat is óók Afrika Dementie vangen met levensverhalen Hoogkwartierbewoonster aan het woord Kwartaalrapportage 1: verbinden moet Hoe zou je het vinden om je netwerk uit te breiden? Gedicht over seksueel grensoverschrijdend gedrag Van eigen kracht naar eigenaarschap De route van het ontmoeten Vrijwilligerswerk levert mij eigenwaarde op Moeder en zoon dialogen Valentijn is er voor iedereen Een mooie opstap naar werk Jo-Enna haar kijk op Vreedzaam SROI...regels van de overheid zeker!? Hoe sterker ouderen zijn hoe beter Vrijwilligers werven vrijwilligers Voetbaltournooi op Daan Blij veldje Met Omroep Max door Overschie